Aansprakelijk rijgedrag

Wetsovertreding
Wie een wettelijke (verkeers)regel overtreedt, is aansprakelijk als tussen die gedraging en de schade een duidelijk verband bestaat. De schadebrengende gedraging moet verwijtbaar zijn. Wie bijvoorbeeld in een overmachtsituatie een wettelijke regel overtreedt, is niet aansprakelijk. Door rood licht rijden is een bekende wetsovertreding. Lijdt u door dit gedrag schade, dan zult u moeten bewijzen dat de ander door rood licht gereden heeft. Ontkent deze en kunt u niet aantonen dat er wordt gelogen, dan zult u –helaas– zelf uw schade moeten dragen. Cascoverzekerden krijgen in deze situatie wel de schade vergoed, maar lijden ook nadeel: bedrag van het eigen risico betalen, letselschade zelf dragen en een terugval in de no-claimkorting.

Onvoorzichtigheid
Dit is de grootste bron van autoschade. Alle weggebruikers worden geacht voortdurend oplettend te zijn. Maar van sommige wordt meer oplettendheid geëist dan van anderen. Een fietser mag bijvoorbeeld vrij slordig zijn en dan nog is hij niet aansprakelijk bij een botsing met een auto.

Agressie
Een bijzondere vorm van onvoorzichtigheid is agressie. Wie een andere weggebruiker bedreigt en opjaagt, hoeft niet te rekenen op veel sympathie van de rechter. Als er brokken van komen, is alle schade voor rekening van het heethoofd. Zijn er twee driftkoppen, dan moeten beiden zelf hun schade dragen.

Achterop rijden
Bij een aanrijding van achteren is in vele gevallen de achterop komende bestuurder aansprakelijk. Maar niet in alle gevallen. Onder andere in navolgende situaties is wel eens aangenomen dat de achteroprijder niets te verwijten viel. Of slechts ten dele aansprakelijk was.
1 De voorganger gaat zonder enige aanleiding plotseling vol op de rem staan. Of remt voor groen licht, dan wel remt vol voor een licht dat net op oranje springt.
2 De voorganger snijdt de achteroprijder en gaat remmen.
3 De voorganger verwisselt van rijstrook en moet meteen daarna vol in de remmen.

Bijzondere manoeuvres
De wetgever heeft een speciale categorie van verkeershandelingen bepaald, waarbij extra oplettendheid van de bestuurder wordt gevraagd, de zogeheten bijzondere manoeuvres. U kent ze wel: wegrijden, achteruitrijden, uitrit verlaten, inrit oprijden, keren, invoegen en van rijstrook verwisselen. Voert u zo’n bijzondere manoeuvre uit en gaat het mis, dan bent u vrijwel altijd aansprakelijk. Ook als de andere weggebruiker welbeschouwd niet zo slim bezig was of botweg doordramde. Alleen bij heel duidelijk wangedrag van de andere weggebruiker, zal de rechter concluderen dat het ongeval niet te wijten is aan uw handelen.

Parkeerproblemen
Veel autoschade ontstaat op parkeerterreinen. De volgende situaties leveren vaak vragen op:
1 Botsing tussen twee achteruitrijdende auto’s. Wie de bijzondere manoeuvre verricht is (vrijwel altijd) aansprakelijk. Wie stilstaat niet. U moet dus bewijzen dat de ander reed en u stilstond. Daarbij moet het stilstaan al enkele seconden geduurd hebben, voordat de klap kwam. Vaak krijgen partijen die elkaar tegenspreken dat bewijs niet in orde. Beiden moeten dan hun eigen schade dragen.
2 Botsing achteruitrijder met auto die uit stilstand wegreed. De regel luidt als volgt: als de auto al enkele tientallen meters aan het rijden is, wordt deze beschouwd als verkeersdeelnemer. Degene die uit stilstand wegrijdt, moet doorgang verlenen; zo niet dan is deze aansprakelijk.
3 Creatief rijden. Wie de voorgeschreven route negeert en dwars over de parkeervakken rijdt, laadt al snel de aansprakelijkheid op zich. Ook bij een botsing met een achteruitrijdende of uit parkeerstand vertrekkende auto.

Iets anders: wie bij een ander een parkeerdeuk of –kras maakt, mag niet zomaar wegrijden. Dit doorrijden na een ongeval is wettelijk aangemerkt als niets minder dan een misdrijf. Regelmatig achterhaalt de politie via (mobiel bellende) getuigen, degene die heeft ‘vergeten’ een briefje achter te laten.

Lees meer over:

Wij werken voor- en zijn aangesloten bij: